Wenen

Van 24 tot 28 september was ik een weekje in Wenen. Om een heel aantal helden en voorbeelden op te zoeken: Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Mahler, Schönberg, Berg, Webern.
Inderdaad, ze leven niet meer. Maar het is nooit te laat om ze te begroeten (en te bedanken!).

Laat maar een reactie achter! 🙂

Begraven

Ik heb dus veel gelopen deze dagen. Ik kon Wenen het beste bekijken in mijn looptempo, met m’n iPhone in de hand voor de navigatie.
Hier, op het Zentralfriedhof, ligt een aantal componisten bijelkaar. Of ze dit prettig gevonden zouden hebben weten we niet meer. Alleen van Schubert; hij had gezegd dat hij naast Beethoven begraven wilde worden. Hun sterfdata bleken uiteindelijk maar anderhalf jaar van elkaar verwijderd.
De foto’s van de graven (op volgorde): Schubert, Beethoven, Brahms, Johann Strauss, Wolf, Josef Strauss, Vater Strauss, Von Suppé, Gluck, Czerny. Schönberg moet er ook liggen, ergens anders op de immense begraafplaats, maar ik kon hem niet vinden. Het werd donker, het Friedhof zou snel gaan sluiten. Tijd om te gaan, helaas.

20130928-233824.jpg

20130928-233854.jpg

20130928-233920.jpg

20130928-233937.jpg

20130928-233953.jpg

20130928-234008.jpg

20130928-234023.jpg

20130928-234040.jpg

20130928-234055.jpg

20130928-234123.jpg

Haydn revisited

In het centrum van Wenen kun je dit uurwerk bekijken. Het is geen standaard klok, rond met wijzers. Het is meer een soort poppenkast. Figuren uit de Oostenrijkse geschiedenis trekken aan je voorbij, één figuur per uur. Dat gaat tamelijk langzaam. Maar als je de moeite neemt om precies op het middaguur te zijn, dan zie je er één per minuut, en dan hoor je nog allerlei betekenisvolle orgelmuziek erbij.
De laatste figuur is Haydn, met een viool in de hand sjokt ie achter keizerin Maria Theresa aan. De muziek die bij zijn figuur klinkt is dus ook van hem.

20130928-202534.jpg

Schönbergs Geburtshaus

Weer zo’n ‘I was here’-momentje, ook al is het dan zo’n 140 jaar later. Het huis waar Arnold Schönberg (1874 – 1951) geboren werd, vlak bij mijn logeeradres.
Toch vreemd: 140 jaar geleden zullen de mensen die zijn terwereldbestelling hebben meegemaakt geen idee hebben gehad van wat dat mannetje ging doen. Open deur, maar dat moet even. Ze kónden het ook niet weten. Dat hij min of meer eigenhandig de tonaliteit van de troon ging schoppen. Omdat ik dat nu wél weet ga ik als muzikale pelgrim naar dat huis kijken. Ik zie daar voor de deur een man zijn auto wassen, en ik denk onwillekeurig ‘die weet vast niet wat voor bijzondere plek dit is. Die zit hier maar gewoon een beetje te wonen ofzo’.
Dat zou best kunnen, maar het hoeft niet. Het zou ook een musicus kunnen zijn met een rijbewijs en een auto. Je kunt namelijk niet de hele dag met open mond naar eeuwigheden staren. Je moet ook eens je auto wassen.
Maar ik heb even vrij van mijn beslommeringen, zodat ik nog even kan staren.

20130928-214702.jpg

20130928-214722.jpg

20130928-214739.jpg

Schubert

Het was even lopen naar de huizen van Franz Schubert. Er zijn er twee: zijn geboortehuis, en het huis waar hij gestorven is. Het laatste was gesloten (mijn fout, had niet goed gecheckt), en het eerste is vermoedelijk dat apartement. Maakt niet uit, ik ben er in ieder geval heel dicht bij.
Net als bij Beethoven lijk ik wel de enige die het leuk vind om het brilletje van Schubert van dichtbij te bekijken, maar dat vind ik niet erg. Ik neem de tijd, zelfs al dribbelt er steeds een meisje van het museumpje met me mee, om te kijken of ik de bril niet ga proberen denk ik.
Eens te meer ben ik diep onder de indruk van het genie van Schubert. 400 Werken gecomponeerd in 1818…. toen was ie… ehm.. 20?! Terwijl hij ook nog hulpje was op de school van zijn vader. Z’n eerste (uitgegeven) lied was ‘Erlkönig’, op z’n 17de. Een lied dat dramatisch zo knap in elkaar zit dat iedere componist blij mag zijn als ie iets dergelijks ergens-in-zijn-hele-leven gecomponeerd krijgt.
Nouja, wij kunnen weer andere dingen.
Maar ondanks de grote hoeveelheid fantastische composities, en ondanks het feit dat hem de eeuwigheid nog wel even ten deel zal blijven vallen, vind ik het van Schubert net zo eeuwig zonde dat hij niet langer door heeft kunnen componeren. Op een monument voor hem (geen foto) kun je dit epitaaf lezen: “Der Tonkunst begrub hier einen reichen Besitz, aber noch viel schoenere Hoffnungen”.

20130928-230044.jpg

20130928-230104.jpg

20130928-230122.jpg

20130928-230147.jpg

20130928-230232.jpg

20130928-230303.jpg

Brahms

Van sommige componisten, in mijn beleving net zo dood als Bach of Mozart, zijn foto’s. Dat intrigeert me. Er is een foto van Frans Liszt (hij overleed in 1886) waar hij aan de piano zit, omgeven door een aantal intimi en geliefden, maar hij heeft de blik strak gericht op de norse buste van Beethoven. Hij was fan van Beethoven, dus op zich niet zo raar. Maar voor mij is het een soort time-loop; de ene (dode) componist die zichtbaar bewust kijkt naar een andere (nog dodere) componist.
Brahms (overleden in 1897) staat er heel anders op. Een beetje alsof het moet, alsof hij het nog maar net kan houwe in die stoel, zelfs met behulp van z’n stok. Hij kijkt ook een beetje wantrouwig naar dat obscure camera-ding.
Dat laatste kan bij het ontstaan van dit standbeeld geen rol gespeeld hebben, maar toch heeft ie dezelfde houding: “kom op steenhouwer, maak eens voort! Ik heb nog wat te componeren!” En daar had hij natuurlijk gelijk in.

20130928-191512.jpg

Staatsopera

Omdat ik Figaro’s Hochzeit (Le nozze di Figaro) in het Duits in de ‘Volksopera’ zag, wilde ik toch ook een kijkje nemen in het state-of-the-art ‘Staatsoper’-gebouw. Daar zijn reguliere rondleidingen voor, gelukkig. Het gebouw, het instituut is omgeven met zoveel traditie, verhalen, namen. Natuurlijk die van Mahler, als dirigent de eerste die het avondje elitair amusement onvormde tot een avond kunst. Nog steeds elitair, dat wel. Hij deed bijvoorbeeld de zaallichten uit tijdens de opera! Bij hen ging er dus een lichtje uit, in plaats van dat ie ging branden, maar evengoed een eureka-moment in de geschiedenis van de opera.
Nog wat indrukwekkende cijfers en feitjes, leuk om te weten, maar ook om aan te tonen dat ze in Wenen deze tak van kunst met alle macht onderhouden. Komt ie: Ze hebben nooit 2 dagen achter elkaar dezelfde opera. Om dat logistiek mogelijk te maken (decors moeten opgebouwd en afgebroken, kostuums af en aan naar depots, etc) werken er per dag 270 mensen alleen al op het podium. Ze hebben 6 podia die geluidloos verwisseld kunnen worden, zodat ze indrukwekkende changementen kunnen realiseren.
Ik was ook nog even in het staatsoperamuseum, waar natuurlijk de grootheden en wapenfeiten je om de oren vliegen.
Het niet de wereld van het kleine gebaar en de subtiele emotie. Maar als je je kunt overgeven aan de grandeur, dan is het op z’n minst indrukwekkend.

20130928-184729.jpg

20130928-184751.jpg

20130928-184806.jpg

20130928-184835.jpg

20130928-184858.jpg

20130928-184914.jpg

Mahler

Ook weer zo’n plek… je kunt er naar toe, maar als je er bent dan kun je niks – even kijken, begroeten, bedanken, fotootje maken. Meer niet. En toch doe je ‘t, en toch is het fijn.
Bedankt Mahler voor die fantastische ellenlange symfonieën, voor die liederen, voor die orkestrale kleuren en voor die muzikale reizen door landschappen waar in je steeds weer nieuwe dingen opvallen.

20130928-173331.jpg

20130928-173352.jpg

Strauss & het Prater

Alsof Wenen me even terecht wilde wijzen (zie vorige post), leidde het lot me naar de Prater, het iconische familiekermispark, met als bekendste attractie het ‘Wiener Riesenrad’. Een verkeerde overstap deed me hier stranden.
Strausswalsen schetterden me tegemoet, terwijl ik meeliep in een optocht van geklederdrachte wenenaren… is dit het Wenen van de wenenaren? En Mozart dan… die zo ongelukkig uit de étalages van alle souvenirsshops blikt, terwijl je bekugeld wordt met de naar hem vernoemde chocoladebolletjes? Mischien heeft Strauss het dan uiteindelijk toch beter getroffen.

20130928-135400.jpg

Strauss

Ik heb eerlijk gezegd weinig met Strauss. Zijn muziek komt me suikerig voor, en ik weet ook nooit wie van de hele familie nou welke wals heeft gecomponeerd. Richard Strauss daar kan ik wel wat mee, maar dat is dan weer geen familie, en auch kein Wiener. Hij heeft wel de Staatsopera gedirigeerd.
Goed, toch voor alle Straussen 2 foto’s: het gouden (tuurlijk!) standbeeld van Johann-Strauss-de-bekendste, en de buste van Richard Strauss die in het gebouw van de Staatsoper prijkt.

20130928-112226.jpg

20130928-112251.jpg