Liveblog van een onvoltooid concert

20131219-070733.jpg17.50 uur: de buurvrouw staat aan de deur met haar abonnement van de kamermuziekserie in de Vereeniging. Ze kan niet naar het concert van die avond; of ik belangstelling heb.
“Wat is het?” vraag ik natuurlijk.
“Broer en zus Stotijn”, antwoordt ze.
“Doe ik!” zeg ik meteen.
Het is bijzonder om broer Rick Stotijn (contrabas) en zus Christianne (mezzo-sopraan) samen op het podium te zien. Samen met pianist Joseph Breinl vormen ze vanavond een trio, met een rond contrabas en zang geformeerd programma van Bottesini, Ravel, Glinka voor de pauze, en na de pauze een aantal modernen waarvan ik alleen Michel van der Aa ken.

17.51 uur: we nodigen de buurvrouw meteen uit te blijven eten, gezellig!

19.45 uur: ik spring op de fiets naar de Vereeniging, waar ik 5 minuten later arriveer.

19.55 uur: ik neem schielijk -toch altijd het gevoel een illegale route te nemen- de onopvallende deur die naar het hoogste balkon leidt. Ik heb geluk: genoeg balustradeplekken met goed zicht, voldoende beenruimte en uitstekend geluid. Ik nestel me met genoegen in een van de stoelen, en neem de bijgeleverde papieren door die wat summiere informatie geven.

20.17 uur: het drietal betreedt het podium. Christianne Stotijn vraagt meteen de aandacht voor wat programmawisselingen, en probeert de verwarring wat te verzachten door een wereldpremière te beloven van het ‘Adagio’ van Joseph Marx, als ik het goed versta.
Bottesini blijkt lieflijk romantisch werk. De contrabas vermomt zich als cello.
Marx is eveneens romantisch, bijna jazzy in z’n harmonieën.
Maar Christianne Stotijn komt er moeilijk in. Ze lijkt de grote zaal niet te kunnen bereiken met haar stem, neemt haar toevlucht tot te groot vibrato, de verhouding met de begeleidende piano en contrabas lijkt zoek…

20.33 uur: Ravels Cinque Mélodies Populaires Grecques is prachtig, mooi doorzichtig, zacht. Oren spitsen om de sprankelende nootjes van de begeleiding te kunnen horen.

20.41 uur: Christianne Stotijn meldt met spijt dat ze het concert moet afbreken wegens stemproblemen. Als ze zich nogmaals verontschuldigt krijgt ze groot applaus.

20.44 uur: Rick Stotijn zet een solocompositie in voor contrabas. Hoewel het aangekondigd is, ben ik de weg een beetje kwijt in het programma… een naoorlogs stuk, vol mooie contrasten, zowel in sferen als in speeltechnieken. Staalkaart van mogelijkheden op de contrabas. Prachtig.

20.53 uur: Het drietal betreedt toch nog een keer het podium, en sluit af met een lied van Glinka.

21.02 uur: Ik sta weer buiten. Ik ben nog wat beduusd. Ik realiseer me eens te meer dat dat wat een live-uitvoering zo bijzonder maakt, ook het belangrijkste risico met zich meebrengt. Er staan mensen op het podium die met hart en ziel staan te werken om de muziek te vertolken. Om, zoals Christianne zei toen ze het concert afbrak, “iedereen te omarmen met muziek”. De band die daar kortstondig ontstaat tussen musici en publiek is intens. Misschien vergeten we wel eens dat die band ook kwetsbaar is. Misschien door het feit dat we ieder stuk muziek ieder moment kunnen beluisteren, met CD’s, downloads… en dan kunnen we ook nog kiezen uit verschillende uitvoeringen. Uitvoerders.
De adem van een concert is uniek. Maar die adem kan ook belemmerd worden door een verkoudheid. Kwetsbaar.

 

Aida in Nijmegen

20131130-135726.jpgOpera in Nijmegen; eens in de paar maanden valt het genoegen ons ook in het verre Nederlandse oosten ten deel. Met de Weense ‘opera-fixe’ nog vers in de herinnering voelde het wat provinciaals aan, maar ik verheugde me er op. En dan Aida: romantisch, meeslepend, italiaans.. ik zat helemaal klaar om me er aan over te geven.
Maar Aida is ook een gekostumeerd verhaal waar geen regisseur om het hoge ‘Egypte-gehalte’ heen kan, en zich veroordeeld ziet tot de traditionele hiëroglyfische sfeer, waarin zwarte bloempotkapsels, hagelwitte geplooide tenues en ankh-kruizen niet weg te denken zijn. Misschien dat alleen een regisseur als Pierre Audi het voor elkaar zou krijgen om de enscenering te abstraheren en te moderniseren, en me het gevoel te geven dat ik op dat moment in Egypte ben, of beter: dat het Egypte van Aida op dat moment in míj is. De afstand tussen mij en de hoofdpersonen Aida, Radames en Amneris bleef heel groot, en liet zich alleen verkleinen door mijn ogen dicht te doen. De muziek! Als je naar opera gaat kijken, blijkt luisteren toch het meest essentieel.
In de muziek gebeurt alles. De liefdes, angsten, jaloezieën, twijfels, heldhaftigheden, berustingen. Het hele palet aan emoties baant zich een weg door je heen, en maakt iedere visuele tekortkoming vergeeflijk.
Radames was niet bepaald de jonge krachtige god die ik me er bij voorstelde, maar toen hij zong maakte het niet meer uit. De dans-scenes waren wat stijfjes, de ensemblescenes wat statisch, maar de krachtige koren overbrugden mijn afstand tot het podium moeiteloos. De groepsscenes leken wat overgeregisseerd, terwijl de dialoogscenes juist wat te weinig waren vormgegeven. De spanning in de muziek zag ik niet terug in de mis-en-scene, waar de personages maar wat liepen rond te lopen, zo nu en dan hun teksten reciterend. Hoeveel bedreigender zou Amnaris zijn als ze vlak achter Aida blijft staan, haar jaloerse adem letterlijk in Aida’s nek, terwijl ze haar verdenkingen van de geheime liefde tussen Aida en Radames uitspuwde?
Maar nogmaals, met de ogen dicht maakt het niet uit. De muziek is de beste verteller.