Recensie: Triomf en tragiek der castraten

Nadat ik de laatste regels van dit boek heb gelezen, beluister ik op YouTube de enige geluidsopnamen die we van een castraat hebben, die van Alessandro Moreschi uit 1902. Vol verbijstering en een beetje ongeloof hoor ik een pathetische snikkende stem, eerder alt dan sopraan, waarin ik maar moeilijk de wereld kan terug horen die in het boek zo uitgebreid is beschreven. Na wat speurwerk lees ik op internet dat de meningen verdeeld zijn over deze opnamen: is het een stem in verval, of een zangstijl die we in onze tijd niet meer begrijpen? Nou was Moreschi 30 jaar lang eerste sopraan in de Sixtijnse kapel, in dienst van de kerk die de eerste en laatste werkgever van de ‘sopranisten’ was, en waar geen plaats was voor de virtuoze capriolen waar de grote castraten hun roem mee vergaarden in de hoogtijdagen van de Italiaanse barokopera. Die fantastische kunststukjes zijn voor onze oren voorgoed verloren gegaan, en daar kunnen we dus alleen nog maar over lezen.

Bijvoorbeeld in het fascinerende boek van Patrick Barbier, waarin uitgebreid, vermakelijk én genuanceerd alle facetten van die hoogtijdagen belicht worden. De ongehoorde heldenstatus die de grote castraten genoten, de opportunistische houding van de autoriteiten, de schimmige en risicovolle castratie-praktijken, de harde discipline en aparte positie van de jonge castraten in opleiding, de kleurrijke leraren, de bizarre operapraktijken in de barok, de grillen van de ‘virtuosii’, de technische aspecten van hun zang, het verloop van de drie eeuwen dat er castraatzangers waren, de legendarische aantrekkingskracht van de castraten op met name adellijke dames, het lot van de minder succesvolle zangers, de Italiaanse cultuur ten opzichte van die van andere Europese landen… dat alles en meer.

Het mooie van het boek is dat je ook een gedetailleerd beeld krijgt van de (vooral Italiaanse) operacultuur in de zeventiende en achttiende eeuw; die is zo onvoorstelbaar anders dan de onze, dat iedere beschrijving je verbeelding tart. Barbier doorspekt rijk gedocumenteerde informatie met smakelijke anekdotes, waardoor je als lezer een prachtig inkijkje gegund wordt in voorbije tijden die toch nog steeds van grote invloed op onze muziekbeleving zijn. Dat zal iedere operaliefhebber met me eens zijn.

Triomf en tragiek der castraten

Patrick Barbier

De bizarre geschiedenis van de mannelijke sopranen uit de zeventiende en achttiende eeuw

Bruna Uitgevers, 1991

Aida in Nijmegen

20131130-135726.jpgOpera in Nijmegen; eens in de paar maanden valt het genoegen ons ook in het verre Nederlandse oosten ten deel. Met de Weense ‘opera-fixe’ nog vers in de herinnering voelde het wat provinciaals aan, maar ik verheugde me er op. En dan Aida: romantisch, meeslepend, italiaans.. ik zat helemaal klaar om me er aan over te geven.
Maar Aida is ook een gekostumeerd verhaal waar geen regisseur om het hoge ‘Egypte-gehalte’ heen kan, en zich veroordeeld ziet tot de traditionele hiëroglyfische sfeer, waarin zwarte bloempotkapsels, hagelwitte geplooide tenues en ankh-kruizen niet weg te denken zijn. Misschien dat alleen een regisseur als Pierre Audi het voor elkaar zou krijgen om de enscenering te abstraheren en te moderniseren, en me het gevoel te geven dat ik op dat moment in Egypte ben, of beter: dat het Egypte van Aida op dat moment in míj is. De afstand tussen mij en de hoofdpersonen Aida, Radames en Amneris bleef heel groot, en liet zich alleen verkleinen door mijn ogen dicht te doen. De muziek! Als je naar opera gaat kijken, blijkt luisteren toch het meest essentieel.
In de muziek gebeurt alles. De liefdes, angsten, jaloezieën, twijfels, heldhaftigheden, berustingen. Het hele palet aan emoties baant zich een weg door je heen, en maakt iedere visuele tekortkoming vergeeflijk.
Radames was niet bepaald de jonge krachtige god die ik me er bij voorstelde, maar toen hij zong maakte het niet meer uit. De dans-scenes waren wat stijfjes, de ensemblescenes wat statisch, maar de krachtige koren overbrugden mijn afstand tot het podium moeiteloos. De groepsscenes leken wat overgeregisseerd, terwijl de dialoogscenes juist wat te weinig waren vormgegeven. De spanning in de muziek zag ik niet terug in de mis-en-scene, waar de personages maar wat liepen rond te lopen, zo nu en dan hun teksten reciterend. Hoeveel bedreigender zou Amnaris zijn als ze vlak achter Aida blijft staan, haar jaloerse adem letterlijk in Aida’s nek, terwijl ze haar verdenkingen van de geheime liefde tussen Aida en Radames uitspuwde?
Maar nogmaals, met de ogen dicht maakt het niet uit. De muziek is de beste verteller.

Staatsopera

Omdat ik Figaro’s Hochzeit (Le nozze di Figaro) in het Duits in de ‘Volksopera’ zag, wilde ik toch ook een kijkje nemen in het state-of-the-art ‘Staatsoper’-gebouw. Daar zijn reguliere rondleidingen voor, gelukkig. Het gebouw, het instituut is omgeven met zoveel traditie, verhalen, namen. Natuurlijk die van Mahler, als dirigent de eerste die het avondje elitair amusement onvormde tot een avond kunst. Nog steeds elitair, dat wel. Hij deed bijvoorbeeld de zaallichten uit tijdens de opera! Bij hen ging er dus een lichtje uit, in plaats van dat ie ging branden, maar evengoed een eureka-moment in de geschiedenis van de opera.
Nog wat indrukwekkende cijfers en feitjes, leuk om te weten, maar ook om aan te tonen dat ze in Wenen deze tak van kunst met alle macht onderhouden. Komt ie: Ze hebben nooit 2 dagen achter elkaar dezelfde opera. Om dat logistiek mogelijk te maken (decors moeten opgebouwd en afgebroken, kostuums af en aan naar depots, etc) werken er per dag 270 mensen alleen al op het podium. Ze hebben 6 podia die geluidloos verwisseld kunnen worden, zodat ze indrukwekkende changementen kunnen realiseren.
Ik was ook nog even in het staatsoperamuseum, waar natuurlijk de grootheden en wapenfeiten je om de oren vliegen.
Het niet de wereld van het kleine gebaar en de subtiele emotie. Maar als je je kunt overgeven aan de grandeur, dan is het op z’n minst indrukwekkend.

20130928-184729.jpg

20130928-184751.jpg

20130928-184806.jpg

20130928-184835.jpg

20130928-184858.jpg

20130928-184914.jpg