Wie is er bang voor nieuwe klanken?

Ik ben altijd benieuwd naar iemands persoonlijke ervaringen met muziek, en iemands ontmoetingen met muzikale mensen. Zeker als die mensen muzikale grootheden zijn, die groot geworden zijn door hun bijzondere muzikale zoektochten, en die daardoor weer anderen tot grootsheid weten te brengen. De Duitse dirigent Ingo Metzmacher geniet inmiddels zelf bekendheid, zeker hier in Nederland vanwege zijn aanstelling als vaste dirigent van De Nederlandse Opera. Maar hij profileert zich ook als ambassadeur van 20ste eeuwse muziek, en daartoe schreef hij het boekje ‘Wie is er bang voor nieuwe klanken?, met als ondertitel Persoonlijke ontmoetingen met de muziek van de twintigste eeuw. En persoonlijk is het. Metzmacher leeft zich zelfs literair uit in poëtische taal, waarmee hij bijna op een muzikale manier uitdrukking geeft aan de ervaring van muziek. Nieuwsgierigheid, bewondering, fascinatie, schoonheid.. alles komt langs. Een willekeurige alinea, hier over het eerste deel van de eerste symfonie van Mahler:

“In het eerste deel komt alles bij elkaar wat tot dan toe gescheiden was: liedvorm, iets rondo-achtigs en sonate. Buiten de polyfonie der stemmen een veelstemmigheid van vormen. eenduidigheid bestaat niet meer. Je weet de weg niet meer. Ontbindingsverschijnselen. Het inleidende motief is voorzien van het bijschrift ‘Leb Wohl’, vaarwel: twee tonen, dalend, met een zware opmaat, zoals je het uitspreekt. Langzaam ontwikkelt zich daaruit een hartstochtelijke muziek, waarin nog één keer uiterst heftig de liefde voor het leven wordt bezongen, ongeremd, afkerig van het einde, brandend van pijn. Hartstochtelijk bieden de stemmen tegen elkaar op om maar gehoord te worden. Daartussen schaduwen, duisternis, voorgevoelens die zich maar geleidelijk herstellen, terug naar het innige, liefdevolle afscheid. Het deel speelt lang naar het einde. Steeds weer weerklinkt het ‘Leb wohl’, tot een lege, eenzame d overblijft.”

Dat is werkelijk heel mooi gezegd. Ik voel de poging van de auteur om de lezer mee te nemen in een muziekstuk, zoals datzelfde muziekstuk met de luisteraar zou doen. Daarin schuilt wat mij betreft ook wel een bezwaar. Als muziek je als luisteraar meeneemt, dan is de ervaring en de articulatie van die ervaring (als je daar al behoefte aan hebt!) toch hoe dan ook van jouzelf; de woordenloosheid geeft mij de ruimte mijn eigen woorden te vinden. En hoe mooi Metzmacher, hier en daar zelfs een beetje ijdel, de muziek beschrijft…. het zijn toch niet mijn woorden er voor. De poëzie legt hier en daar wel heel dwingende beelden op aan mijn verbeelding.
Ik kon wel genieten van de beschrijving van zijn contact met bijvoorbeeld Karlheinz Stockhausen en John Cage; Metzmacher brengt deze mensen tot leven, en tilt ze meteen ook boven de anekdotes uit, zodat hun grootsheid zich duidelijk aftekent. Mooi.
Het boekje is uiterst toegankelijk voor iedereen die geïnteresseerd is in de verschillende soorten muziek die de twintigste eeuw heeft voortgebracht, en kan meedeinen op de bloemrijke beschrijvingen van de schrijver.

Componisten van deze tijd

Waar de grote overzichten van de muziekgeschiedenis het een beetje laten afweten, daar pakt Griffiths’ Componisten van deze tijd het juist op. Met als ondertitel ‘Overzicht van de moderne muziek’ schreef hij een niet al te lijvig maar toch redelijk compleet boekje. Hoewel het al uit 1980 stamt, grijp ik er toch nog regelmatig naar; niet zo zeer voor specifieke informatie, maar meer om te grasduinen en me op ideeën te laten brengen.
Luisterideeën, cursusideeën.
Ik ben gek op informatie, maar raak pas echt geïnspireerd als die informatie geduid wordt, dat wil zeggen: als er creatief en prikkelend verband wordt gelegd tussen alle brokjes informatie. Pas dan ontstaat er een geheel dat niet alleen door een tijdbalk gedefinieerd wordt, maar eerder door causaliteit, of door menselijk streven, of zelfs door bizarre spelingen van het lot.
De informatiedichtheid in ‘Componisten van deze tijd’ is hoog, en verkent al deze verbanden, zonder in interpretatief moeras te verzanden. Griffith doorspekt de tekst met verwijzingen naar concrete werken en citaten van (meestal) componisten. Met leesbare vaart beschrijft hij stromingen en invloeden van de 20ste eeuwse muziek, beginnend bij de laatromantische erfenis, dan naar de eerste atonaliteit, neoclassicisme, serialisme, elektronica, aleatoire. Er is zelfs een hoofdstuk gewijd aan de Nederlandse muziek. Dit alles opgeleukt met afbeeldingen van componisten en handschriften. Achterin dan nog de bronvermeldingen, een uitgebreide discografie (leuk voor nieuwe luisterideeën),  en een heel compleet register die een gerichte zoektocht naar informatie wat makkelijker maken.
Alleen nog tweedehands verkrijgbaar, maar voor € 9,- erg de moeite waard.