Recensies

Zo af en toe schrijf ik een recensie over boeken of concerten. Op deze pagina kun je ze lezen.

Een prachtige avond met Iris Hond

Een zachte avondtemperatuur, een kleurrijk podium tegen het donkerende groen van de Goffert, een innemende Iris Hond met haar prachtige muziek… dat waren een paar van de ingrediënten die dit concert tot een bijzondere belevenis maakten. Omdat ik als activiteitenbegeleider werk bij de RIBW Nijmegen en Rivierenland had ik de kans om er bij te zijn.

Want Iris Hond bracht niet alleen muziek, hoewel dat al een avond van onze aandacht waard zou zijn. Met haar ‘band’ van voornamelijk strijkers en een percussionist kregen we een mix van instrumentale nummers, eigen songs en klassieke hoogstandjes. Haar stem deed denken aan Norah Jones, maar dan donkerder, doorleefder, en was een mooie combinatie met de rijke soms zelfs schrijnende klanken van de muziek. Dat ze haar stiletto-pumps meteen na opkomst uitschopte en blootsvoets achter de vleugel zat past helemaal in dat beeld. lees verder >>

Recensie: Waarom Chopin de regen niet wilde horen

Een dun boekje dit keer, met nog geen 60 kleine bladzijden. Maar tezamen vormen ze een fascinerende verkenning van een groot muziekfilosofisch thema: heeft muziek betekenis?
Het begint met een goed gekozen en veelzeggende anekdote over George Sand die regendruppels hoorde in een pas gecomponeerde prélude, terwijl Chopin dat niet zo bedoeld had. Sterker nog: hij ontkende met klem ooit concrete betekenis aan zijn muziek te verbinden.

Met dit verhaaltje als aftrap duikt Marlies de Munck diep de geschiedenis in, beginnend bij Plato’s ideeën over de relatie tussen taal (betekenis) en muziek, De invloedrijke opvattingen over de Harmonie der Sferen (een muzikale ordening van de kosmos), de Pythagoreïsche verhoudingen van trillingen, de verdere ontwikkeling van de wetenschap die tot gevolg had dat muziek verschoof naar het domein van de esthetica, de veelbesproken relatie tussen muziek en emoties, de strijd tussen aanhangers van absolute en programmatische muziek… dat alles en meer. lees verder >>

Recensie: “Klank” van Tomas Serrien

Al in de eerste alinea geeft Serrien de spagaat van zijn onderneming aan: een (luister)ervaring beschrijven is ‘niet eenvoudig’ – de kern van een ervaring is letterlijk onbeschrijflijk. So far so good
In dezelfde alinea echter belooft de jonge muziekfilosoof met dit boek een methode om over ‘muzikale geluiden na te denken en te spreken’, maar in die poging is hij vind ik niet goed geslaagd. Nog los van het feit dat er van een methode geen sprake is.
De brede opzet sprak me aan: het lezen van dit boek moest een multimediale ervaring zijn, met behulp van aangereikte afspeellijsten waarop muziek uit allerlei genres en eeuwen prijkt. Serrien stelt voor deze muziek te beluisteren tijdens het lezen; dat blijkt voor mij de pure luisterervaring wat te veel te dwarsbomen, maar het idee is prikkelend.
Ook zijn pleidooi voor de dialoog over muzikale ervaringen ondersteun ik van harte; dergelijke bespiegelingen kunnen nieuwe diepten in luisterervaringen aanboren. lees verder >>

Recensie: Triomf en tragiek der castraten

Nadat ik de laatste regels van dit boek heb gelezen, beluister ik op YouTube de enige geluidsopnamen die we van een castraat hebben, die van Alessandro Moreschi uit 1902. Vol verbijstering en een beetje ongeloof hoor ik een pathetische snikkende stem, eerder alt dan sopraan, waarin ik maar moeilijk de wereld kan terug horen die in het boek zo uitgebreid is beschreven. Na wat speurwerk lees ik op internet dat de meningen verdeeld zijn over deze opnamen: is het een stem in verval, of een zangstijl die we in onze tijd niet meer begrijpen? Nou was Moreschi 30 jaar lang eerste sopraan in de Sixtijnse kapel, in dienst van de kerk die de eerste en laatste werkgever van de ‘sopranisten’ was, en waar geen plaats was voor de virtuoze capriolen waar de grote castraten hun roem mee vergaarden in de hoogtijdagen van de Italiaanse barokopera. Die fantastische kunststukjes zijn voor onze oren voorgoed verloren gegaan, en daar kunnen we dus alleen nog maar over lezen. lees verder >>

Recensie: Beethoven – nieuwe onthullingen

Over Beethoven is genoeg geschreven. Zou je zeggen. Maar Beethoven-onderzoekers blijven nieuwe ontdekkingen doen, die leiden tot nieuwe inzichten, en dus ook tot nieuwe onthullingen. En voor een anekdote-jager als ondergetekende zijn dit leuke boeken om door te spitten, met deels bekend, maar ook onbekend materiaal dat steeds weer nieuw licht werpt op die fascinerende componisten. Overigens, zo recent is dit boekje ook al niet meer, dus wie weet is een aantal feiten ook al weer ingehaald door nieuw onderzoek. Maar goed, het is leuk om te lezen dat ‘Für Elise’ eigenlijk für Thérèse was gecomponeerd, en hoe dat zo kon gebeuren. Of hoe Beethoven met zijn verschillende soorten schetsboeken werkte, en hoe deze uitmondden in zijn uiteindelijke composities. En hoe één van die schetsbladen in Den Haag ligt, en de aanzet werd voor een cruciaal werk in Beethovens oeuvre. De 13 korte leesbare verhalen geven een prachtig inkijkje in het dagelijkse leven en werken van een van die componisten die door velen tot godheid is verheven, dat maakt de aanschaf er van meer dan waard. =&0=& Jos van der Zanden Uitgeversmaatschappij Haarlem – Holland 1993

Recensie: Concert ‘Creator/Destroyer’

Alles kan een onderwerp zijn voor een verhaal. Meestal is dat de liefde, daar kun je nu eenmaal veel kanten mee op. Maar de klarinettist en componist Maarten Ornstein wijdde samen met schrijfster Dana Linssen een compositie aan de wetenschap, en liet zien dat je daar ook alle kanten mee op kan. Een caleidoscopische muzikale bespiegeling rond het Higgs-deeltje, het kleinste deeltje dat na een lange zoektocht in 2012 gevonden zou zijn in het Zwitserse CERN, samengebracht en bezongen in een ‘Deeltjes-cantate’. lees verder >>

Recensie: De wiskunde van muziek

Ik was zelf altijd beroerd in wiskunde, ooit, op de middelbare school. En mijn prestaties in aanpalende vakken als natuur- en scheikunde waren eveneens ruimschoots benedengemiddeld, eufemistisch gezegd. Toch heb ik het altijd betreurd, ergens in een zelfoverstijgend hoekje van mijn bewustzijn, dat ik nooit grip heb kunnen krijgen op de getalsmatige abstracties van het universum; ik vermoed dat daar geheimen versluierd zijn gebleven die ik graag had leren kennen. Maar goed, het zij zo. Ik troost me met de gedachte dat je nu eenmaal niet alles kan kunnen. lees verder >>

Recensie: Chopin, de biografie

Ik ben niet zo van de astrologie, maar als ik het aantal componisten dat rond de jaren ’10 van de 19de eeuw ter wereld kwam eens op een rijtje zet, dan zou ik bijna van mijn ongeloof vallen. Komt ie: 1803 Berlioz, 1809 Mendelssohn, 1810 Schumann en Chopin, 1811 Liszt, 1813 Wagner en Verdi. En met uitzondering van Verdi hebben ze elkaar ook allemaal in meer of mindere mate gekend, en zelfs goede vriendschappen onderhouden. Dat levert in deze biografie passages op die me sterk het gevoel geven dat ik erbij had willen zijn, desnoods als de spreekwoordelijke vlieg op de muur. Dat zou dan een muur geweest zijn van een van de vele luxueuze Parijse appartementen waar de soirées plaatsvonden die gefrequenteerd werden door toutes Paris. Liefst was ik aanwezig bij de in het boek beschreven avond bij Chopin zelf, waar onder anderen Liszt en zijn minnares Marie d’Agoult waren, Heinrich Heine, en natuurlijk de latere geliefde van Chopin, George Sand. De aanwezigen voerden politieke en filosofische discussies, waarvan de sigaren rokende en in mannenkleding gehulde Sand zich overigens verre hield (Chopin zou later benadrukken hoe onaantrekkelijk hij haar vond: “is dat wel een vrouw?”).
Maar later op de avond kropen Chopin en Liszt samen achter de piano om de aanwezigen te verbijsteren met hun spel…. (OMG!). lees verder >>

Recensie: ‘Muziek onweerstaanbaar als de zee’

Ik was meteen onder de indruk van de schrijfstijl van Emanuel Overbeeke in deze biografie over Claude Debussy.  Hoewel het boek in grote lijnen de levensloop van Debussy volgt, van de wieg tot het graf zullen we maar zeggen, heb je nergens het gevoel gevangen te zitten in een vooral chronologisch perspectief. Dat doet Overbeeke vooral door deze chronologie knap te vermengen en te kleuren met andere perspectieven, net als in de impressionistische schilderkunst waar Debussy zo vaak mee verbonden wordt. (Laat het de man zelf niet horen, want Debussy bestreed zelf te vuur en te zwaard dat hij een impressionist zou zijn, om redenen die in deze biografie helder uitgelegd worden). Eén van die boeiende perspectieven die zich met de jaartallen vermengen zijn bijvoorbeeld de uitgebreide beschrijvingen van de ‘kringen’ waarin Debussy zich zo graag ophield, de soirees (Les Mardis) rond de dichter Mallarmé. Deze schilderen heel doeltreffend het decor van de tijd waarin Debussy leefde, maar komt door de kwaliteit van de beschrijving haast los te staan van de hoofdpersoon van het boek. Daarin zien we Debussy zich ontwikkelen van een zoekende (maar compromisloze) jongeman tot een componist die in de laatste fasen van zijn leven met grote en moeizaam verworven trefzekerheid werken componeerde die van ongelooflijk grote betekenis zijn gebleken voor de 20ste eeuwse muziek. lees verder >>