Concert ‘Creator/Destroyer’

Alles kan een onderwerp zijn voor een verhaal. Meestal is dat de liefde, daar kun je nu eenmaal veel kanten mee op. Maar de klarinettist en componist Maarten Ornstein wijdde samen met schrijfster Dana Linssen een compositie aan de wetenschap, en liet zien dat je daar ook alle kanten mee op kan. Een caleidoscopische muzikale bespiegeling rond het Higgs-deeltje, het kleinste deeltje dat na een lange zoektocht in 2012 gevonden zou zijn in het Zwitserse CERN, samengebracht en bezongen in een ‘Deeltjes-cantate’.

Wie zich opmaakte voor een droge opsomming van wetenschappelijke wapenfeiten, kon blij verrast ademhalen. Een ensemble van 8 musici -3 zangers begeleid door piano, (bas)klarinet, saxofoon en 2 cello’s- nam de luisteraar mee naar alle hoeken van het universum. Een tocht waar in een in- en uitzoomende beweging met grote lenigheid de grootste levensvragen verbonden werden aan de gewoonste gebeurtenissen. In de 17 ‘deeltjes’ (jawel!) waaruit de cantate bestaat, vlogen je afwisselend de waarom-vragen om de oren, werd er verteld van de tijd lang voordat God zag dat het goed was, en vroegen de schoonmakers van CERN zich af of ze het Higgs-deeltje per ongeluk hadden opgeveegd…. met op mij het effect dat het niet zozeer tot nadenken stemde, maar mij vooral liet genieten van alle dimensies die in deze vijf kwartier zicht- en hoorbaar werden gemaakt.

En dan hebben we het nog niet eens over de muziek. Met zangers en musici die zowel uit de klassieke als uit de jazz/improvisatiewereld gerecruteerd waren, bewoog de muziek moeiteloos van genre naar genre, schakelend, mengend, vervagend. Niet zelden met een aanstekelijk swingend ritme waar ik vanzelf in meebewoog, maar dat nergens goedkoop werd; steeds weer veranderde de kleur, werd je op het verkeerde been gezet, of soleerde een van de musici een rustpunt in het geheel. En steeds weer die teksten; eruit gespuugd als een rap, of honingzacht gezongen als een aria, of gewoon gesproken als een toneeldialoog.

Een experimenteel werk als Creator/Destroyer trekt niet al te veel bezoekers. Daarom was niet alleen het ensemble opgesteld op het grote podium van de Vereeniging, maar ook het publiek er omheen. Elk nadeel heb z’n voordeel: het directe contact met de musici -waaronder de componist Maarten Ornstein zelf- maakte de avond tot een intieme, lichtvoetige en verrassende avond, of je nou voor muziek, tekst of wetenschap kwam.

Gezien op vrijdag 24 november, in concertgebouw De Vereeniging Nijmegen

De Tiende van Tijl

20140412-082018.jpgIk zag gisteren het programma ‘De Tiende van Tijl’, dat al weer zijn derde seizoen is ingegaan. Ik heb het eerlijk gezegd nooit gevolgd, heel af en toe een fragmentje gezien. Tijd is altijd een goed excuus; ik kijk op dit moment bijzonder weinig TV, en dat bedoel ik niet snobberig – ik vind TV soms erg leuk. Maar ‘De Tiende van Tijl’ was me een keer in het verkeerde keelgat geschoten… ze toonden namelijk de bekende politiefoto uit 1940 van Stravinsky waarin hij mishandeld lijkt, met het verhaal dat hij gearresteerd en opgesloten was omdat hij het volkslied had gemarteld (en uitgevoerd). Het volkslied-incident echter vond plaats in 1944… dus hoe en waarom de foto gemaakt is weten we niet, maar niet vanwege dat incident. Dat heb ik niet van een erudiet specialistisch boekwerkje uit 1959 dat nergens meer te krijgen is, dat staat gewoon bovenaan je google-search als je ‘Stravinsky arrested’ intypt. Dat vind ik nogal dom van zo’n TV programma. Want hoe waardevol het ook is om achtergronden van klassieke muziek met smeuïge anekdotes te larderen, en op die manier te ontsluiten voor een groter en breder publiek, doe dat alsjeblieft niet met halve onwaarheden. Er zijn genoeg spannende en sappige verhalen, daar heb je geen verzinsels voor nodig.
Maar goed, ik gaf het graag een nieuwe kans. Ik ben bovendien zo arrogant om Tijl als een collega te zien, samen op de bres (lees: het podium) voor klassieke muziek! Gaaf!
Al met al vond ik het een teleurstelling. Van het openingsverhaal over de Mondscheinsonate van Beethoven wordt meteen al toegegeven dat het een verzinsel is, en verderop wordt van Shostakovitsj gezegd dat hij onder het Stalinistisch regime ‘wist dat hij verraden zou worden, en zich handig door de ellende heen manouvreerde’. Klinkt lekker stoer, maar ik vind dat een wel heel grove versimpeling van een leven dat werkelijk geteisterd is geweest door Stalins psychologische terreur, die Sjostakovitsj een aantal keer aan de rand van zelfmoord heeft gebracht.
Het programma is te kort. Er moeten in hoog tempo composities besproken en gespeeld worden, en het gevolg is dat het zonder lijn van hot naar her gaat. Geen enkele componist of compositie wordt meer dan vederlichtjes aangestipt, zodat ik me niet kan voorstellen dat er iets van beklijft. In de vooraankondiging werd gezegd dat er aandacht aan Nederlandse componisten zou worden besteed, en inderdaad is er een portretje van Julius Röntgen te zien, voorzien van enkele wapenfeiten, maar de enige muziek die er van te horen is (een strijkkwartet uitgevoerd door het Matangi) wordt weggepraat door Tijls voice-over. Weer niks gehoord, laat staan begrepen.
Dan volgt er een eerste aflevering van een wedstrijdje ‘Bumble-bee’ spelen, “wie kan ‘m het snelst?”. Er wordt afgesloten met de aria “Ombra Mai Fu” uit de opera ‘Serse’ van Händel (gezongen door een sopraan, oorspronkelijk voor mannelijke coutertenor); het moet een hit worden volgens Tijl.
Ik weet het niet. Zelf vind ik het ook een uitdagende opdracht om de verhalen van de klassieke muziek op een dynamische manier te brengen, en daarbij de eigentijdse toon en middelen niet te schuwen. Maar in de ‘Tiende’ sneuvelt wel erg veel van de inhoud. En als in dit verband ‘inhoud’ als iets saais klinkt, dan voeg ik daar meteen bij dat die inhoud, de verhalen, de context, de verbanden, de biografieën de muziek alleen maar leuker en interessanter maken. En hoewel het programma de indruk wekt juist die verhalen achter de muziek over het voetlicht te willen brengen, blijft het in feite op dat punt ernstig in gebreke. Wat er verteld wordt zegt weinig, en klopt ook nog eens regelmatig niet.
Dus: voor wie meer wil weten…. schrijf je in voor een cursus van de Klankzaak! 🙂

Liveblog van een onvoltooid concert

20131219-070733.jpg17.50 uur: de buurvrouw staat aan de deur met haar abonnement van de kamermuziekserie in de Vereeniging. Ze kan niet naar het concert van die avond; of ik belangstelling heb.
“Wat is het?” vraag ik natuurlijk.
“Broer en zus Stotijn”, antwoordt ze.
“Doe ik!” zeg ik meteen.
Het is bijzonder om broer Rick Stotijn (contrabas) en zus Christianne (mezzo-sopraan) samen op het podium te zien. Samen met pianist Joseph Breinl vormen ze vanavond een trio, met een rond contrabas en zang geformeerd programma van Bottesini, Ravel, Glinka voor de pauze, en na de pauze een aantal modernen waarvan ik alleen Michel van der Aa ken.

17.51 uur: we nodigen de buurvrouw meteen uit te blijven eten, gezellig!

19.45 uur: ik spring op de fiets naar de Vereeniging, waar ik 5 minuten later arriveer.

19.55 uur: ik neem schielijk -toch altijd het gevoel een illegale route te nemen- de onopvallende deur die naar het hoogste balkon leidt. Ik heb geluk: genoeg balustradeplekken met goed zicht, voldoende beenruimte en uitstekend geluid. Ik nestel me met genoegen in een van de stoelen, en neem de bijgeleverde papieren door die wat summiere informatie geven.

20.17 uur: het drietal betreedt het podium. Christianne Stotijn vraagt meteen de aandacht voor wat programmawisselingen, en probeert de verwarring wat te verzachten door een wereldpremière te beloven van het ‘Adagio’ van Joseph Marx, als ik het goed versta.
Bottesini blijkt lieflijk romantisch werk. De contrabas vermomt zich als cello.
Marx is eveneens romantisch, bijna jazzy in z’n harmonieën.
Maar Christianne Stotijn komt er moeilijk in. Ze lijkt de grote zaal niet te kunnen bereiken met haar stem, neemt haar toevlucht tot te groot vibrato, de verhouding met de begeleidende piano en contrabas lijkt zoek…

20.33 uur: Ravels Cinque Mélodies Populaires Grecques is prachtig, mooi doorzichtig, zacht. Oren spitsen om de sprankelende nootjes van de begeleiding te kunnen horen.

20.41 uur: Christianne Stotijn meldt met spijt dat ze het concert moet afbreken wegens stemproblemen. Als ze zich nogmaals verontschuldigt krijgt ze groot applaus.

20.44 uur: Rick Stotijn zet een solocompositie in voor contrabas. Hoewel het aangekondigd is, ben ik de weg een beetje kwijt in het programma… een naoorlogs stuk, vol mooie contrasten, zowel in sferen als in speeltechnieken. Staalkaart van mogelijkheden op de contrabas. Prachtig.

20.53 uur: Het drietal betreedt toch nog een keer het podium, en sluit af met een lied van Glinka.

21.02 uur: Ik sta weer buiten. Ik ben nog wat beduusd. Ik realiseer me eens te meer dat dat wat een live-uitvoering zo bijzonder maakt, ook het belangrijkste risico met zich meebrengt. Er staan mensen op het podium die met hart en ziel staan te werken om de muziek te vertolken. Om, zoals Christianne zei toen ze het concert afbrak, “iedereen te omarmen met muziek”. De band die daar kortstondig ontstaat tussen musici en publiek is intens. Misschien vergeten we wel eens dat die band ook kwetsbaar is. Misschien door het feit dat we ieder stuk muziek ieder moment kunnen beluisteren, met CD’s, downloads… en dan kunnen we ook nog kiezen uit verschillende uitvoeringen. Uitvoerders.
De adem van een concert is uniek. Maar die adem kan ook belemmerd worden door een verkoudheid. Kwetsbaar.

 

De Vijfde van Mahler

20131216-211315.jpgIk ontdekte pas op het nippertje dat de vijfde symfonie van Mahler op het programma stond, uitgevoerd door Het Gelders Orkest/Nederlands Symfonieorkest onder leiding van Ed Spanjaard. Cool! Ik kon me thuis even losmaken, bemachtigde nog een van de nog ruim voorradige toegangskaarten, en zat een uurtje later in een overvol zaaltje naar de inleiding te luisteren die verzorgd werd door een orkestlid.
Van die inleiding werd ik niet veel wijzer, helaas.
Maar de uitvoering was prachtig. Mahlers muziek in het algemeen, en deze symfonie in het bijzonder, bestaat uit tegenstellingen. Letterlijk levensgrote contrasten die je als luisteraar om de oren slaan, en die je maar beter gewoon kan ondergaan. En om dat te ondergaan is een live-uitvoering nog altijd onovertroffen, hoe goed de CD’s (of lossless-downloads) ook mogen zijn tegenwoordig. Je kunt je zelfs afvragen of een sublieme CD-opname opweegt tegen een mindere live-uitvoering… wie zal het zeggen?
Maar zoals gezegd, de contrasten in de symfonie doen je heen en weer slingeren. Meteen in het eerste deel al, na de bekende opening van de solotrompet (het reveille), wordt de duistere begrafenismars afgewisseld met een prachtige lyrische melodie; het geeft meteen het gevoel dat wát er ook mooi is in het leven, het ook altijd bedreigd is en het geluk zomaar voorbij kan zijn. De toon is onmiddellijk gezet.
En dat gaat ruim een uur door. Willem Mengelberg, de vriend van Mahler die als dirigent de Nederlandse première van de Vijfde voor zijn rekening nam, gaf de woorden van Mahler over de symfonische stemmingswisselingen weer (titels dik gedrukt, aantekeningen cursief):

Deel 1 en 2 | Trauermarsch. In gemessenem Schritt. Streng. Wie ein Kondukt en Stürmisch bewegt, mit größter Vehemenz: Diepe pijn – verdriet – weemoed – ellende, tranen – een door het veel huilen verwrongen gezicht, afgewisseld met heftige uitbarstingen van vertwijfeling, woede, razernij tot waanzin (lachen aan het eind, half gek van de pijn, eng, spookachtig.
Deel 3 | Scherzo. Kräftig, nicht zu schnell: geforceerde vrolijkheid, wil het verdriet vergeten, kan het nog niet, het werkt geforceerd – sombere grondtoon, af en toe zelfs een dodendans.
Deel 4 | Adagietto. Sehr langsam: Liefde. Er komt een liefde in zijn leven.
Deel 5 | Rondo-Finale. Allegro – Allegro giocoso. Frisch: terugkeer naar de natuur – genezen, uitgelaten vrolijkheid. Begin in gelukkige stemming en tevredenheid – steeds meer – uitbundig – slot waanzinnig van vreugde en geluk. Speelplezier – onbekommerd musiceren.*

Programmatisch of niet? Hieruit blijkt in ieder geval hoe geladen Mahlers muziek is met zijn persoonlijke emoties. De muziek die Mahler componeerde was zó expliciet gekoppeld aan een emotionele toestand, dat hij melodieën soms hergebruikte omdat hij in een ander werk dezelfde emotie wilde evoceren.
Voor sommigen over the top, voor mij een verklanking van een gevoelspalet waarbij je wel echt héél veel moeite moet doen om er niet íets van jezelf in te herkennen.

*overgenomen uit het programmaboekje van het concert

Aida in Nijmegen

20131130-135726.jpgOpera in Nijmegen; eens in de paar maanden valt het genoegen ons ook in het verre Nederlandse oosten ten deel. Met de Weense ‘opera-fixe’ nog vers in de herinnering voelde het wat provinciaals aan, maar ik verheugde me er op. En dan Aida: romantisch, meeslepend, italiaans.. ik zat helemaal klaar om me er aan over te geven.
Maar Aida is ook een gekostumeerd verhaal waar geen regisseur om het hoge ‘Egypte-gehalte’ heen kan, en zich veroordeeld ziet tot de traditionele hiëroglyfische sfeer, waarin zwarte bloempotkapsels, hagelwitte geplooide tenues en ankh-kruizen niet weg te denken zijn. Misschien dat alleen een regisseur als Pierre Audi het voor elkaar zou krijgen om de enscenering te abstraheren en te moderniseren, en me het gevoel te geven dat ik op dat moment in Egypte ben, of beter: dat het Egypte van Aida op dat moment in míj is. De afstand tussen mij en de hoofdpersonen Aida, Radames en Amneris bleef heel groot, en liet zich alleen verkleinen door mijn ogen dicht te doen. De muziek! Als je naar opera gaat kijken, blijkt luisteren toch het meest essentieel.
In de muziek gebeurt alles. De liefdes, angsten, jaloezieën, twijfels, heldhaftigheden, berustingen. Het hele palet aan emoties baant zich een weg door je heen, en maakt iedere visuele tekortkoming vergeeflijk.
Radames was niet bepaald de jonge krachtige god die ik me er bij voorstelde, maar toen hij zong maakte het niet meer uit. De dans-scenes waren wat stijfjes, de ensemblescenes wat statisch, maar de krachtige koren overbrugden mijn afstand tot het podium moeiteloos. De groepsscenes leken wat overgeregisseerd, terwijl de dialoogscenes juist wat te weinig waren vormgegeven. De spanning in de muziek zag ik niet terug in de mis-en-scene, waar de personages maar wat liepen rond te lopen, zo nu en dan hun teksten reciterend. Hoeveel bedreigender zou Amnaris zijn als ze vlak achter Aida blijft staan, haar jaloerse adem letterlijk in Aida’s nek, terwijl ze haar verdenkingen van de geheime liefde tussen Aida en Radames uitspuwde?
Maar nogmaals, met de ogen dicht maakt het niet uit. De muziek is de beste verteller.