Concert HGO: Bach en Van Wassenaer

Afgelopen weekend maakte ik mijn debuut bij Het Gelders Orkest, in de zogenaamde ‘randprogrammering’ van het concert ‘Bach en Wassenaer’. Over mijn aandeel kan ik kort zijn; super om te doen! Een week lang zingt de muziek van het concert door me heen, lees ik, spit ik, verzamel ik… totdat er een verhaal ontstaat. Het verhaal dat de verschillende onderdelen voor mij met elkaar verbindt, het verhaal dat de essentie van deze muziek raakt. En natuurlijk een verhaal dat leuk is om te vertellen, en om aan te horen. De laatste dagen breng ik alles samen in een prezi-presentatie, die me in staat stelt om alles in een beeld te vangen, in en uit te zoomen, en de foto’s, geluids- en filmfragmenten er in te plaatsen. Done!

Voordeeltje van het inleidingenwerk is natuurlijk dat ik ook de concerten kan bijwonen. Twee in dit geval, waarin een tweeluik te horen is van twee componisten: een onbekende Van Wassenaer, en een Bach waarbij de kwalificatie ‘bekend’ niet eens meer van toepassing is. Vooral het concert voor 2 violen in d-klein (BWV 1043) is iedere keer weer een ervaring om te beluisteren. Maar ook de ‘Concerti Armonici’ van Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam, een tijdgenoot van Bach zijn wonderschoon; authentiek, verrassend, charmant, kwetsbaar soms.
Twee keer kunnen luisteren, en beide keren een andere ervaring.
Het eerste in Zutphen was in een flinke zaal, met 400 luisteraars. Het tweede in een kleine zaal in Ede, met minder dan 200 toehoorders. Het laatste concert raakte me diep; het was helder, dichtbij, subtiel, intens, energiek en toch gecontroleerd. In wisselende bezettingen liet een smaldeel van het Gelders Orkest het beste van zichzelf horen; het contact van de musici onderling was zowel zichtbaar als hoorbaar, en het contact met het publiek was als een verlengde daarvan. Een uitvoering waarin de liefde voor de muziek voelbaar was, en centraal bleef tot aan de laatste tonen.
Het eerste concert in Zutphen heb ik heel anders ervaren. Alsof de zaal te groot was, leek het de musici niet te lukken zo dicht bij de muziek te blijven als in Ede. Alsof ‘energie’ het toverwoord van dienst was, vergaloppeerde het orkest zich met jachtige tempi, onhelder samenspel, en waren er storende intonatieproblemen. De beheersing waar ze de tweede avond blijk van gaven – zonder deze ten koste van de energie te laten gaan! – hadden ze de eerste avond nog niet voor elkaar.
Ben ik even blij dat ik het tweede ook heb meegemaakt!
Ik kan alleen maar concluderen dat het heel jammer is dat dit bijzondere programma niet vaker gespeeld wordt, op andere plaatsen in het land. Een uitvoering van deze muziek met deze potentie verdient het om verder te groeien en te verdiepen, en om door meer mensen te worden gehoord.
En die inleiding had ik er natuurlijk graag nog een paar keer bij gegeven!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *