Recensie: Chopin, de biografie

Ik ben niet zo van de astrologie, maar als ik het aantal componisten dat rond de jaren ’10 van de 19de eeuw ter wereld kwam eens op een rijtje zet, dan zou ik bijna van mijn ongeloof vallen. Komt ie: 1803 Berlioz, 1809 Mendelssohn, 1810 Schumann en Chopin, 1811 Liszt, 1813 Wagner en Verdi. En met uitzondering van Verdi hebben ze elkaar ook allemaal in meer of mindere mate gekend, en zelfs goede vriendschappen onderhouden. Dat levert in deze biografie passages op die me sterk het gevoel geven dat ik erbij had willen zijn, desnoods als de spreekwoordelijke vlieg op de muur. Dat zou dan een muur geweest zijn van een van de vele luxueuze Parijse appartementen waar de soirées plaatsvonden die gefrequenteerd werden door toutes Paris. Liefst was ik aanwezig bij de in het boek beschreven avond bij Chopin zelf, waar onder anderen Liszt en zijn minnares Marie d’Agoult waren, Heinrich Heine, en natuurlijk de latere geliefde van Chopin, George Sand. De aanwezigen voerden politieke en filosofische discussies, waarvan de sigaren rokende en in mannenkleding gehulde Sand zich overigens verre hield (Chopin zou later benadrukken hoe onaantrekkelijk hij haar vond: “is dat wel een vrouw?”).
Maar later op de avond kropen Chopin en Liszt samen achter de piano om de aanwezigen te verbijsteren met hun spel…. (OMG!).
De auteur Zamoyski, zelf ook van Poolse afkomst, geeft uitgebreide beschrijvingen van de contacten en vriendschappen die Chopin en de zijnen onderhielden. De correspondenties leveren tal van citaten op die het beeld alleen nog maar van meer scherpte en kleur voorzien, en dat is geweldig om te lezen. De biografie concentreert zich daarmee wel vrijwel volledig op het verloop van Chopins persoonlijke en sociale leven, en veel minder op zijn muziek. Die komt zelfs nauwelijks echt aan bod, wat mij betreft nogal een gemis. Dat vraagt meteen om de kanttekening dat Chopin zelf ook niet echt meewerkte; hij heeft nauwelijks iets behulpzaams gezegd over zijn muziek of zijn manier van componeren, hooguit over de moeite die het hem vaak kostte om de muziek in zijn hoofd op papier te krijgen.
De auteur weet wel enige diepte te geven aan de bewering dat Chopins liefde voor Polen en de Poolse muziek altijd aanwezig is gebleven, ook al is hij na zijn twintigste nooit meer terug geweest in zijn vaderland. In dat licht krijgt ook de politieke situatie in Europa redelijk veel aandacht, waarbij hij zuiver beschrijft hoe Chopins muzikale nationalisme nauwelijks politiek was, maar veel meer persoonlijk. En daar zit ‘m voor mij dan toch de kracht van deze biografie; het is een gedetailleerde schets van een uiterst persoonlijk kunstenaar, die mij deed beseffen hoe uiterst persoonlijk ook Chopins muziek is. Alsof we nooit meer echt zullen weten hoe de préludes en nocturnes moeten klinken, omdat daar, in de Parijse salons, de oerversie alleen maar door de componist zelf ten gehore is gebracht.
Waren we maar een vlieg in een tijdmachientje.

Chopin, de biografie
Adam Zamoysky
Uitgeverij Balans
Amsterdam, 2009


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *